Klassiekers: de Wieler-Klassiekers en Overige Wedstrijden in Lijn

Wat is een klassieker en wat niet?

Het begrip klassieker is in bijna alle sporten van toepassing: de voetbalklassieker, de rugbyklassieker, de schaatsklassieker, etc. Steeds wordt dan gerefereerd aan een wedstrijd, die al erg lang bestaat en vrijwel permanent een hoog niveau kent. Met name in het wielrennen is het begrip klassieker een veelgebruikte omschrijving, die vervolgens leidt tot andere omschrijvingen zoals semi-klassieker of nieuwe klassieker. Al snel zien we door de bomen het bos niet meer. Een uitgangspunt blijft te allen tijde gehandhaafd: het is een eendagswedstrijd voor coureurs. Dit betekent géén meerdaagse wedstrijden, ploegentijdritten, tijdritten, etc.

Een eerste criterium

Hoe lossen we dit probleem op? Een eerste mogelijkheid betreft het volgen van de indeling, zoals gehanteerd in de Wereldencyclopedie Wielrennen (zie http://www.eecloonaar.be). Dit fantastische naslagwerk geeft aan, dat er zes echte klassiekers zijn: Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Paris-Roubaix, Liège-Bastogne-Liège, Paris-Tours en Ronde van Lombardije en belonen dit door de eerste 25 coureurs uit de einduitslag op te nemen in de encyclopedie. Daarnaast is er een tweede "belangrijke" categorie (eerste 20 renners worden meegenomen in de encyclopedie) met de volgende acht wedstrijden:

  1. 1. België: Parijs-Brussel, de Waalse Pijl
  2. 2. Duitsland: Rund um Henninger Turm
  3. 3. Frankrijk: Bordeaux-Paris, Paris-Brest-Paris
  4. 4. Nederland: Amstel Gold Race
  5. 5. Spanje: Clasica San Sebastian
  6. 6. Zwitserland: Kampioenschap van Zürich

Hier wordt al een probleem duidelijk: de wereldencyclopedie is uit 2002 en loopt negen jaar later achter de feiten aan, aangezien Zürich en de Henninger Turm al van de kalender zijn verdwenen of een andere status hebben gekregen. Bovendien behoren ook de twee Franse koersen al lang tot het verleden. Vervolgens zijn er nòg twee categoriën in de wereldencyclopedie, te weten een stuk of 10 eendagskoersen waarvan 10 renners worden meegenomen en de rest in de laatste categorie waarvan 5 renners opgeslagen worden. Bij de derde categorie zitten belangrijke koersen als Omloop het Volk (tegenwoordig Omloop Het Nieuwsblad) en Gent-Wevelgem en bij de vierde categorie is de Brabantse Pijl ondergebracht, ook niet de eerste de beste wedstrijd. Kortom niet echt een indeling met duidelijkheid. Tenslotte is de uitgeverij in 2009 failliet gegaan, zodat een vernieuwing of actualisatie niet meer aan de orde zal zijn. De Wereldencyclopedie blijft overigens een geweldig goed verzamelwerk zeker voor de digibeten onder ons!

Een tweede criterium

Een tweede indelingscriterium zou het al dan niet behoren tot het wereldbekercircuit kunnen zijn. Voor een overzicht wordt kortheidshalve verwezen naar het relevante onderdeel van de site (WBAchtergrond.aspx). Ook hier zitten een aantal problemen aan vast:

  1. 1. Paris-Brest-Paris is geen onderdeel van het wereldbeker circuit geweest, maar wel een belangrijke wedstrijd, alhoewel niet vaak verreden.
  2. 2. Er zitten veel eendagsvliegen bij het wereldbekercircuit, zoals GP Stan Ockers, Milaan-Turijn, GP Fourmies, GP Lazio, etc. Dit kunnen toch niet echt klassiekers worden genoemd.
  3. 3. De (mislukte) overstap naar Groot-Brittannië in de periode 1989-1997 krijgt ook onevenredig veel aandacht.
  4. 4. Hetzelfde geldt voor de overzeese wedstrijden in Canada en de USA in de periode 1988-1992. In 2010 heeft het Canadese deel overigens weer zijn intrede gedaan als wereldbeker-wedstrijd.

Conclusie

Waar leidt het voorgaande nu toe? Er zal altijd dicussie blijven over wat wel en wat niet als klassieker moet worden gezien, maar het hanteren van de volgende spelregels lijkt een logische:

  1. 1. We onderscheiden drie categoriën klassieke wielerwedstrijden, gebaseerd op het uitgangspunt dat het allemaal wedstrijden op niveau zijn: klassiekers, nieuwe klassiekers en semi-klassiekers.
  2. 2. De klassiekers (15) zijn: Paris-Roubaix, Ronde van Vlaanderen, Milaan-Sanremo, Liège-Bastogne-Liège, Paris-Tours, Giro di Lombardia, Omloop Het Nieuwsblad, Gent-Wevelgem, Flêche Wallone, Rund Um Henninger Turm, Zürich Metzgete, Bordeaux-Paris († 1987), Paris-Brussel, Wereldkampioenschap (ook op zichzelf staand), Amstel Gold Race.
  3. 3. De nieuwe klassiekers (6 - vanaf 1980) zijn: Clasica San Sebastian, Wincanton Classic, HEW Cyclassics Hamburg, Grand Prix des Ameriques, Grand Prix Cycliste de Québec, Grand Prix Cycliste de Montréal. Voor Engeland en de USA werken we met verzamelnamen. Het kan dus zijn, dat de koers in enig jaar anders werd genoemd.
  4. 4. De overige koersen van enige betekenis qua track-record en deelname (dus bv. de Brabantse Pijl, Grand Prix de Plouay, E3-prijs Harelbeeke, Giro de Lazio, etc.) worden beschouwd als semi-klassiekers, maar niet apart onderscheiden van alle overige koersen. Alle koersen, niet zijnde een klassieker of een nieuwe klassieker, worden geschaard onder (overige) wedstrijden in lijn of eendagskoersen.
  5. 5. Het is overigens wel een dynamisch systeem, waarbij koersen een categorie kunnen klimmen. Ook dit is weer afhankelijk van hoe lang ze het volhouden en op welk niveau. De Clasica San Sebastian zou in die lijn binnenkort kunnen toetreden tot de Klassiekers.

Overigens zal in de algemene presentatie van de gegevens geen onderscheid tussen de verschillende soorten koersen worden gemaakt, maar soms alleen in de toevoeging van het type wedstrijd (klassieker, semi-klassieker, etc.).

De grote klassiekers (dat zijn zes klassiekers van het eerste uur uit de eerste categorie, die ook deel uitmaakten van het eerste wereldbekercircuit Desgrange-Colombo) zullen in de andere tabs aan de orde komen.

Ronde van Vlaanderen

Dit is dè Vlaamse Klassieker, in 1913 voor het eerst verreden en een initiatief van Karel van Wijnendaele, de vermaarde Vlaamse sportjournalist. Eerste winnaar werd Paul Deman met een gemiddelde snelheid van 26,881 km per uur. In de eerste jaren speelden de Vlaamse Ardennen feitelijk geen rol van betekenis: er kwam zo nu en dan een heuvel voor in het parcours. Vanaf 1949 wordt het langzamerhand andere koek, terwijl in de laatste jaren 18 heuvels geen uitzondering zijn inclusief "puisten" als de Koppenberg en de Oude Kwaremont.

Het is natuurlijk veelzeggend, dat de Ronde van Vlaanderen vanaf 1948 deel uitmaakte van het wereldbekercircuit en dat de eerste buitenlandse winnaar al in 1923 viel te noteren in de persoon van de Zwitser Heiri Suter. Voorwaar een koers van internationale allure!

Tot slot de ranglijst der winnaars:

  1. 1. Drie zeges op rij (1x): Fiorenzo Magni (49, 50, 51)
  2. 2. Drie zeges (3x): Achille Buysse (40-41-43), Eric Leman (70-72-73), Johan Museeuw (93-95-98).
  3. 3. Twee zeges op rij (3x): Tom Boonen (2005-2006), Stijn Devolder ( 2008-2009), Romain Gijssels (31-32)
  4. 4. Twee zeges (9x): Gerard Debaets (24-27), , Walter Godefroot (78-88), Eddy Merckx (69-75), Jan Raas (79-83), Brik Schotte (42-48), Edwig van Hooydonck (89- 91), Rik van Looy (59-62), Peter van Petegem (99-2003), Rik van Steenbergen (44-46)

Zonder meer een indrukwekkende ranglijst met louter grote namen uit de wielersport.

Paris-Roubaix

Zonder meer de (Franse) "koningin" onder de klassiekers met als grootste uitdaging de kasseienstroken in de Hel van het Noorden. Deze koers zag het leven in 1896 als initiatief van Théodore Vienne en Maurice Perez, directeuren van de wielerbaan in Roubaix, nog steeds het traditionele eindpunt van deze eendagswedstrijd. Het dagblad Paris-Vélo ondersteunde dit initiatief. Tot 1910 was het een beetje een rommeltje, waarbij afwisselen fietsen, tandems en auto's als gangmaker voor de coureurs dienden, hetgeen in die tijd overigens niet ongebruikelijk was.

Er was regelmatig "gedoe" rondom de finish in Roubaix: in 1930 werd Marechal gedeklasseerd omdat hij Julien Vervaecke zou hebben doen vallen, in 1934 moest Lapébie zijn eerste plaats inleveren wegens een onregelmatige fietswissel, in 1936 werd Speicher tot winnaar uitgeroepen ondanks het feit, dat de finishfoto Romain Maes als winnaar aanwees. In 1949 werd een kopgroep vlak voor de finish een parkeerplaats opgestuurd, waarna Serge Coppi de sprint van het peloton won. De jury besloot dat Mahé als participant van de kopgroep ex aequo als winnaar naast Coppi werd aangewezen. De andere twee uit de kopgroep èn nummer twee van de pelotonsprint werden ex aequo als derde aangewezen: gekker kan het niet.

De snelste tijd is nog steeds in handen van Peter Post, die in 1964 een gemiddelde snelheid van 45,129 kilometer per uur behaalde. De ranglijst van de winnaars ziet er verder als volgt uit:

  1. 1. Vier zeges (1x): Roger de Vlaeminck (72-74-75-77)
  2. 2. Drie zeges op rij (3x): Oscar Lapize (09-10-11), Francesco Moser (78-79-80), Johan Museeuw (93-95-98).
  3. 3. Drie zeges (5x): Tom Boonen (2005-2008-2009), Eddy Merckx (68-70-73), Johan Museeuw (96-2000-2002), Gaston Rebry (31-34-35), Rik van Looy (61-62-65).
  4. 4. Twee zeges (12x): Hippolyte Aucouturier (03-04), Franco Ballerini (95-98), Fabian Cancellara (2006-2010), Georges Claes (46-47), Charles Crupelandt (12-14), Gilbert Duclos-Lasalle (92-93), Maurice Garin (1897-1898), Sean Kelly (84-86), Lucien Lesna (01-02), Marc Madiot (85-91), Henri Pelissier (19-21), Rik van Steenbergen (48-52).

 

Luik-Bastenaken-Luik

De oudste klassieker onder de klassiekers vanaf 1892 als initiatief van de Luikse wielerclub Pesant Club de Liège en de laatste jaren georganiseerd door de organisator van de Tour de France - ASO. De eerste drie jaar vonden eenopvolgend plaats (1892-1893-1894), vervolgens een hele tijd niets voordat er in 1908 een editie voor amateurs werd georganiseerd. Hetzelfde gold voor de editie van 1909. Dan slaan we weer een jaar over om in 1911 een editie voor amateurs en onafhankelijken te starten, in 1912 komen de professionals erbij en vallen de amateurs af, in 1913 doen de professionals weer niet mee. Vanaf 1919 is pas sprake van een echte koers voor professionals.

Het parcours heeft even over Spa gelopen, maar al snel wordt Bastogne de keerplaats. Er wordt tot op de dag van vandaag nog gesleuteld aan de koers om deze tot het laatst toe spannend te houden en dat lukt. Met de (verschrikkelijke) slotklim naar Ans is er altijd ruimte voor spektakel in de laatste kilometers, hetgeen deze koers voor de toeschouwers zo aantrekkelijk maakt.
De ranglijst der winnaars ziet er als volgt uit:

  1. 1. Vijf zeges (1x): Eddy Merckx (69-71-72-73-75).
  2. 2. Vier zeges (1x): Moreno Argentin (85-86-87-91).
  3. 3. Drie zeges (3x): Fred de Bruyne (56-58-59), Léon Houa (1892-1893-1894), Alphons Schepers (29-31-35).

We zien af van de renners met twee zeges, want dat zijn er maar liefst 12! Verwezen wordt naar de betreffende webpagina. Ook de zeges op rij laten we weg, aangezien zowel Argentin als Merckx als onderdeel van een groter aantal zeges drie overwinningen op rij lieten zien, hetgeen tot twee notaties zou leiden.

Milaan-Sanremo

Deze Italiaanse koers, ook wel de Primavera (=Lente) genoemd, omdat het de eerste grote koers van het voorjaar is, werd in 1907 voor het eerst op de wielerkalender gezet met als organisator het Italiaanse sportdagblad Gazzetta dello Sport, ook verantwoordelijk voor de Giro d'Italia. Het lange parcours (tegen de 300 km) gaat over de heuvels tussen Milaan en Sanremo, waarbij met name de laatste heuvels langs de Middellandse Zee gaan aantikken: de Capo Melo, de Capo Berta, de Cipressa en als laatste puist de Poggio. De laatste beklimming is negen van de tien keer bepalend voor de einduitslag, al komt er tegenwoordig bijna niemand meer alleen weg.

De erelijst kent twee uitschieters: Costante Girardengo en, natuurlijk, Eddy Merckx. De eerstegenoemde is goed voor maar liefst zes zeges en Eddy spant de kroon met zeven zeges! De ranglijst der winnaars ziet er als volgt uit:

  1. 1. Zeven zeges (1x): Eddy Merckx (66-67-69-71-72-75-76).
  2. 2. Zes zeges (1x): Costante Girardengo (18-21-23-25-26-28).
  3. 3. Vier zeges (2x): Gino Bartali (39-40-47-50), Erik Zabel (97-98-2000-2001).
  4. 4. Drie zeges (3x): Fausto Coppi (46-48-49), Roger de Vlaeminck (73-78-79), Oscar Freire (2004-2007-2010).
  5. 5. Twee zeges (7x): Gaetano Belloni (17-20), Alfredo Binda (29-31), Laurent Fignon (88-89), Sean Kelly (86-92), Giuseppe Olmo (35-38), Loretto Petrucci (52-53), Miguel Poblet-Orriols (57-59).

Een erelijst met louter grote namen, behorend bij een grote klassieker van het eerste uur.

Giro di Lombardia

Per traditie de laatste koers van het seizoen (ook wel de koers van de vallende bladeren genoemd), wederom uit de koker van het sportblad Gazzetta dello Sport en met de specifieke bedoeling om er een soort jaarfin ale van te maken, waarin alle kampioenen van het vigerende jaar aan de start zouden verschijnen. De winnaar van de Giro di Lombardia werd dan als de beste coureur van dat jaar beschouwd. Als we (achteraf) naar de lijst der overwinnaars kijken, dan zou de opzet aardig kunnen kloppen, maar het heeft even geduurd voordat de wielerwereld de intenties van het sportblad onderschreef.

Ondergetekende vindt de Ronde van Lombardije éen van de mooiste wedstrijden, zo niet dè mooiste wedstrijd van het seizoen. Dat heeft enerzijds te maken met het deelnemersveld (altijd van hoog niveau), maar vooral met het parcours in en rond Como, waar menig pittig bergje beklommen moet worden met als hoogtepunt de Ghisallo. Overigens liep het eerste parcours van Milaan naar Milaan en pas in 1961 was Como het eindstation met als laatste uitdaging de Muro di Sormano (1124 m). In 1990 verdwijnt Milaan helemaal uit beeld en voert de route van Monza naar Como, van 1995 tot 2002 gaan we van Varese naar Bergamo en de laatste jaren (behalve 2010) rijden van Varese naar Como, waarbij steeds meer bergen beklommen moeten worden.

De ranglijst ziet er overzichtelijk uit met Coppi als de trotse leider met maar liefst vijf zeges, een prestatie van formaat gezien het niveau van het deelnemersveld, het zware parcours en het regelmatig slechte weer (zie bv. de editie van 2010).

  1. 1. Vijf zeges (1x): Fausto Coppi (46-47-48-49-54).
  2. 2. Vier zeges (1x): Alfredo Binda (25-26-27-31).
  3. 3. Drie zeges (6x): Gino Bartali (36-39-40), Gaetano Belloni (15-18-28), Costante Girardengo (19-21-22), Sean Kelly (83-85-91), Henri Pelissier (11-13-20).

Verder zijn er 15 coureurs met twee zeges. Voor de details wordt verwezen naar de betreffende webpagina.

Paris-Tours

Ook deze klassieker heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld volgens een vast patroon: onduidelijkheid over het startjaar, zeer afwisselend parcours qua start- en eindbestemming en tenslotte talloze verschillende namen. Om te starten met het eerste item: in 1896 werd, georganiseerd door het blad Paris-Vélo, een editie van Paris-Tours verreden, die voor amateurs open stond. In Alles uit de kast is als beginjaar 1901 aangehouden, georganiseerd door het blad L'Auto-Vélo (blijft een merkwaardige combinatie). Het parcours kende in 1978 als startplaats Blois en als finishplaats Monthéry, tussen 1979 en 1984 ging het van Blois naar Chaville en in 1985 van Créteil naar Chaville. Zowel in 1917 als in 1918 èn van 1974 tot en met 1977 werd het traject in omgekeerde volgorde afgelegd, namelijk van Tours naar Parijs cq Versailles. Voor 1917 en 1918 geldt bovendien, dat er feitelijk sprake was van twee wedstrijden: één van Paris naar Tours en één van Tours naar Paris. En dat midden in de Grande Guerre!?
De aankomst op de Avenue Grammont blijft werelds: vaak één of twee ontsnapte renners met daarachter het peloton op een weg van twee kilometer rechtuit - gaan ze het halen of niet? Erik Dekker haalde het in 2004 op deze manier.

Van 1976-1987 werd Paris-Tours omgedoopt tot Grand Prix d'Automne, vanaf 1988 is het weer gewoon Paris-Tours, alhoewel niet altijd in Parijs zelf wordt gestart. Alle keren dat gestart werd in Tours was de naam dienovereenkomstig Tours-Paris.

De ranglijst der winnaars luidt als volgt:

  1. 1. Drie zeges (4x): Gustaaf Danneels (34-36-37), Paul Maye (41-42-45), Guido Reybrouck (64-66-68), Erik Zabel (94-2003-2005).
  2. 2. Twee zeges (13x): Jo de Roo (62-63), Jacques Dupont (51-55), Francois Faber (09-10), Philippe Gilbert (2008-2009), Nicola Minali (95-96), Ludo Peeters (83-85), Jan Raas (78-81), Briek Schotte (46-47), Heiri Suter (26-27), Rik van Linden (71-73), Rik van Looy (59-67), Denis Verschueren (25-28) en Joop Zoetemelk (77-79).

Best een aardig lijstje, maar toch iets minder dan van de andere "grote" klassiekers.