Olympische Spelen: Wegwedstrijd

De Olympische Spelen startten in de Nieuwe Tijd in 1896 en meteen stond wielrennen op de weg op het programma, toendertijd over 87 km met een zeer beperkte deelname. De jaren daarop stond het òf niet op het programma (zoals in 1904 en 1908), òf wel op het programma maar niet als Olympisch onderdeel (zoals in 1900). In 1906 werden dan ook nog 'tussen-spelen' georganiseerd door de Grieken (tegen het advies van de Coubertin in, maar wel met stilzwijgende toestemming van het IOC!) waar wel weer wielrennen op de weg als onderdeel werd afgewerkt. Deze spelen tellen wij dus gewoon als Spelen.

Voor wat betreft de uitvoering is de wegwedstrijd op de Olympische Spelen goed te vergelijken met het Wereldkampioenschap op de Weg: het parcours bestaat uit ronden (al dan niet met aanloop en uitloop) die een aantal keren moeten worden afgelegd en de OS vinden bijna altijd plaats in of rond de stad die de Spelen organiseert. Een verschil is, dat de landenploegen de laatste jaren bestaan uit vijf coureurs, terwijl bij het WK er negen coureurs uit één land mee mogen doen. Vroeger was dit aantal zelfs maar vier. Het is dus lastiger om een ploegenspel te organiseren, zoals in Londen 2012 de Britse ploeg ondervond.

Daarnaast is het goed dat men zich realiseert, dat de Olympische Spelen lange tijd voorbehouden waren aan amateurs: professionals (en dus geld) waren uit den boze! Sinds 1996 is dit echter steeds minder het geval en mogen alle sporters per discipline meedoen, amateur en professional. Vanzelfsprekend komt dit het niveau ten goede, hetgeen bij het wielrennen op de weg duidelijk te zien is: de eerste 25 aankomenden zijn (vrijwel) altijd professional. In het verleden werden goed presterende amateurs vrijwel altijd na de Spelen professional. Grote namen uit het wielrennen, die aan de Olympische Spelen deelnamen zijn bijvoorbeeld Merckx en Anquetil.

Olympische Spelen: Individuele Tijdrit

In 1996 (Atlanta USA) wordt de eerste Olympische Tijdrit op de Weg gehouden, zowel voor mannen als voor vrouwen. Bovendien mochten zowel amateurs als professionals meedoen. Miguel Indurain (SPA) werd de winnaar, hetgeen als revanche kan worden gezien voor zijn falen in de Tour de France alwaar Bjarne Riis (DEN) er met de hoofdprijs vandoor ging.