Coureurs in de Giro

Sinds 1909 zie de aantallen gestarte, gefinishte en uitgevallen coureurs er als volgt uit:

Totaal Gestarte CoureursTotaal Gefinishte CoureursTotaal Uitgevallen Coureurs
14185 9259 in % (0,65) 4926 in % (0,35)

Het aantal uitvallers is iets minder dan bij de Tour (=59%). Het percentage uitvallers loopt overigens steeds verder terug.

Milaan is meest favoriete finishplaats, maar anders dan bij de Tour is er ook met een zekere regelmaat in andere Italiaanse plaatsen gefinished, zoals Rome, Bologna, etc. Vanaf 1990 is Milaan weer de vaste finishplaats, maar in verband met het 100-jarig bestaan van de Giro in 2009 zal daar in 2009 weer vanaf worden geweken.

Daarnaast werden er in al die jaren 1946 etappes verreden (stand 2017) met even zovele winnaars. Etappe is hier opgevat als elk onderdeel van de koers met een aparte finish (dus ook deeletappes, prologen, etc.).

In 1925 deed er een vrouw mee aan de Giro: Alfonsine Strada. Dit zorgde voor veel ophef in Italië (en een hoge oplage van de Gazzetta). Een echt sportief succes was het niet: ze viel uit, maar bereikte wel buiten mededinging Milaan. Het merkwaardige is overigens, dat dit in de officiële startlijsten etc. niet is terug te vinden. Onder startnummer 72 (haar startnummer) is niemand gestart. Er is wel een non-partant genaamd Spinazzi. Kortom het verleden wordt aardig opgeleukt op de Girosite.

In de periode 1925-1929 heerste Alfredo Binda (hij won vier keer de Giro met een enorme overmacht en werd één keer tweede).

Dit drukte de oplage van de Gazzetta en Binda werd vriendelijk verzocht thuis te blijven. Hij voldeed aan dit verzoek, maar kreeg in 1930 wel hetzelfde bedrag als de winnaar, te weten 22.500 lires. Sympathieke man, die Binda. Overigens spuugde hij in 1933 nog eens in z'n handen en behaalde soepeltjes zijn vijfde zege (en won het GPM-klassement).

Legendarisch zijn ook de gevechten tussen Coppi en Bartali, overigens meestal gewonnen door Fausto Coppi. Voor de Tweede Wereldoorlog had Bartali het nog voor het vertellen, maar in de oorlogsjaren kwam het fenomeen Coppi opzetten, die met name in de periode na de oorlog Bartali de voet dwars zette. Bartali won uiteindelijk (maar) drie keer (1936, 1937 en 1946) en Coppi vijf keer (1940, 1947, 1949, 1952 en 1953). Om de dominantie van de twee renners te benadrukken zij nog vermeldt, dat Bartali vier keer tweede werd (in 1939, 1947, 1949 en 1950) en Coppi twee keer (1946 en 1955). Vetgedrukt zijn de jaren, dat òf Coppi òf Bartali eerste werden.