Professioneel Wielrennen en Doping

Hoe is het zo gekomen?

Doping en wielrennen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, terwijl we anders zouden willen. De sport is dermate zwaar, dat stimulerende middelen bijna onontkoombaar zijn om een wedstrijd überhaupt te kunnen uitrijden. Henri Desgrange, bedenker van het fenomeen Tour de France, heeft hier als eerste een forse bijdrage aan geleverd door steeds meer uitdagingen voor de coureurs op te nemen. Denk hierbij aan lange etappes (>300 km), midden in de nacht starten, gebruik van derailleurs tot 1937 verboden, beklimmen van de Alpen, de Pyreneëen en alles wat daar tussen ligt, liefst zoveel mogelijk op één dag, etc.

Een ander voorbeeld is de wedstrijd Bordeaux-Parijs: een ongelofelijk zware koers, dan wel met gangmakers, maar de renners zaten moeiteloos meer dan 13 uur op de fiets (bij de eerste edities zelfs meer dan 25 uur!). Dat is, met een gemiddelde van meer dan 25 km/uur, bijna niet te doen zonder stimulantia. In 1896 overleed de Britse wielrenner Arthur Linton, twee maanden nadat hij de race Bordeaux-Parijs had gewonnen. Hij was de eerste sporter waarvan algemeen aangenomen werd dat zijn dood het gevolg was van het gebruik van prestatieverhogende middelen. Achteraf is dat weer ter discussie gesteld, maar toch.
En dan hebben we het nog niet gehad over de meer dan gevulde wedstrijdkalender met koersen over de hele wereld. De coureurs reizen tegenwoordig de hele wereld over, want wielrennen zal en moet over de hele wereld worden verspreid - een uitdrukkelijk doel van de UCI. Geen enkele andere sport rijdt echter in één seizoen (dus elk jaar) van Oman tot Noorwegen en van Californië tot Polen. Andere sporten organiseren kampioenschappen op wereldniveau, die eens in de vier jaar worden verreden. Tennissers werken een aantal tournooien op dezelfde plek af, zodat ook daar sprake kan zijn van rustmomenten. Kortom wielrennen is afzien!

Nog meer problemen: wat, hoeveel en testen

Een ander probleem is vervolgens: wat is fout en wat niet? In den beginne waren er helemaal geen spelregels en deed men maar wat. De eerste professionele gebruiker van stimulantia was Fausto Coppi, die er heel wat op los geëxperimenteerd heeft. Vervolgens is het in de jaren zestig compleet uit de hand gelopen met als dieptepunt het overlijden van Tom Simpson op de flanken van de Mont Ventoux in 1967. Overigens speelden de drugs hier wel een rol, maar waren één van de oorzaken. Desalniettemin besloot de UCI de in 1966 ingevoerde dopingcontroles strakker aan te pakken, zodat niet iedereen zomaar zijn gang kon gaan. Overigens is de UCI door de jaren heen één van de minst besluitvaardige en dolende bonden geweest waar het de dopingbestrijding betrof. Het aantal halfslachtige besluiten is wat dat betreft niet te tellen. Zie als laatste voorbeeld de zaak Armstrong in 2012. Niet dankzij, maar ondanks deze wielerbond is de laatste jaren vooruitgang geboekt. De IAAF besloot in 1928 al, dat doping verboden was. De UCI volgde pas jaren later. Overigens waren de controle mogelijkheden toendertijd zeer beperkt, zodat het meer om een papieren besluit ging.


Terug naar de jaren zestig: de Raad van Europa had in 1962 de dopinglijst ingesteld met daarop de eerste lijst van verboden middelen. Elke (internationale) bond kon daar van harte lust op variëren: van eenduidig beleid op dat punt was dan ook geen sprake. In 1966 worden dus voor het eerst dopingcontroles ingesteld om het nakomen van beleid ook te kunnen controleren. Dit geschiedde bij het WK voetbal in Engeland door de FIFA en bij de Tour de France door de UCI (vijf coureurs testten positief). In 1967 voert ook het IOC een dopinglijst in. Het lastigste punt is echter: wat moet er op staan en wat niet? Een discussie daarover is eindeloos, maar als uitgangspunt kan dienen dat stimulerende middelen die de gezondheid van coureurs direct in gevaar brengen moeten worden verboden. Anabole steroïden, groeihormonen, cocaïne, etc. zijn dan geclassificeerd, maar zaken als cafeïne en efedrine blijven boven de markt hangen, aangezien drie koppen koffie al een positieve test veroorzaken, geen gevaar voor de gezondheid opleveren èn niet echt stimulerend zijn. Maar vitamine-cocktails dan? Wel legaal, maar niet natuurlijk. En hoogtestages? Verhoogd het zuurstofgehalte van het bloed, maar is niet natuurlijk voor mensen die daar niet wonen.

Maar we zijn er nog niet, want als we het dan eens zouden zijn wat er op de lijst zou moeten staan, is de volgende discussie bij welke hoeveelheid een coureur positief moet testen. We herinneren ons het geval Gert-Jan Theunisse, die een onnatuurlijk hoge testosteron spiegel had en dus om de haverklap positief werd getest. Daar moet dan weer een uitzondering voor worden gemaakt. De recente ontwikkelingen rond het biologisch paspoort doen echter vermoeden, dat dit de oplossing van zo'n probleem kan zijn, aangezien het verloop van diverse waarden over langere tijd worden bekeken en dus van toeval geen sprake meer kan zijn.

Een laatste zorg is dan de vraag welke middelen opgespoord kunnen worden? Met andere woorden bestaat er een betrouwbare test voor bepaalde verboden middelen? Ook dit is lange tijd een vraagstuk geweest, dat niet werd (volledig) opgelost. Het is dan vervolgens zinloos om een middel op de verboden lijst te zetten, want controles zijn niet mogelijk. Inmiddels zijn de dopingautoriteiten zo georganiseerd, dat een betrouwbare test vrij snel beschikbaar is en controles dus effectief kunnen worden uitgevoerd. De conclusie mag zijn, dat er met name de laatste jaren (ook door de oprichting van het internationale dopingagentschap WADA) een enorme progressie is geboekt. Het is overigens een illusie, dat doping helemaal uit het wielrennen zal verdwijnen, maar bijna helemaal is ook niet verkeerd.

Wonderdokters

Een merkwaardig fenomeen blijft het feit, dat verschillende artsen (die toch voor de gezondheids van de mens in moeten staan) actief hebben meegewerkt aan allerlei dopingprogramma's. Vooreerst is er de Franse arts Bernard Sainz, ook bekend onder de naam Dr. Mabuse.

Hij behandelde onder meer Frank Vandenbroucke, Bernard Hinault, Francesco Moser en Philippe Gaumont. Sainz is, hoewel berucht in de wielerwereld, nooit veroordeeld geweest of zelfs maar effectief in verband gebracht met dopinggebruik. In een reportage van het Belgische 'Belga Sport' zei ex-profrenner Nico Mattan, een ex-patiënt van Sainz, dat hij werkt met 'suggestieve middelen'. Met 'druppels' waarvan de renner in kwestie denkt dat ze doping bevatten maar waar - volgens Mattan - "niks in zit". Mattan besluit met de profetische woorden: "In het moderne wielrennen kan Bernard met zijn methodes niet meer mee. Dat zegt genoeg eigenlijk." Er zijn momenteel geen (top)wielrenners bekend die zich laten begeleiden door 'Dr. Mabuse'. (bron: http://www.dopingautoriteit.nl en http://nl.wikipedia.org/wiki/doping)

In Italië is een drietal artsen zeer nauw betrokken geweest bij vermeend of bewezen dopinggebruik door wielrenners. Het gaat om Francesco Conconi, Michele Ferrari en Luigi Cecchini.

Er zou ook een link bestaan tussen deze laatste en de Spaanse dopingdokters Eufemiano Fuentes en José Luis Merino Batres.

Verder maakte wielrenner Filippo Simeoni ook gewag van een dokter genaamd Carlo Santuccione en verwees Philippe Gaumont bij z'n bekentenissen naar een zekere dokter De Ritis. Ploegarts van het voormalige Mapei en de huidige Quick-Step ploeg, Yvan Van Mol, is een uitgesproken dopingbestrijder, al is hij in interviews steevast suggestief over het dopinggebruik binnen zijn ploeg.

Ten slotte waren ook de Duitse artsen Lothar Heinrich en Andreas Schmid van de Universiteit van Freiburg actief in het dopingsysteem van het Telekom van de jaren 1990. Een andere Duitse arts en verantwoordelijke voor de apotheek van de Duitse Olympische ploegen, Georg Huber, bekende in mei 2007 dan weer in de jaren 1980 testosteron te hebben verschaft aan jonge wielrenners.

Soigneurs (een soort halve artsen, die onder andere de zogenaamde Pot Belge hebben bedacht) die zich inlieten met doping zijn onder meer de Belgen Freddy Sergant (bij TVM), Willy Voet (bij Festina) en Jef D'Hondt (bij Telekom en als verzorger van Michel Pollentier).

De recente ontwikkelingen rond Armstrong wijzen via een aantal coureurs, maar met name Levi Leipheimer naar de RABO-bank en de aldaar werkzame artsen, die "doping verstrekt zouden hebben". Geert Leinders was vanaf 2006 ploegarts bij de RABO en heeft de affaires Rasmussen, Kohl en Dekker van nabij meegemaakt. Geert Leinders is inmiddels ontslagen door Team Sky, alhoewel er daar niets vreemds is gebeurd. Ook voor zijn tijd bij de RABO ontbreken harde bewijzen voor doping gedrag. De RABO-bank heeft zich overigens in 2012 teruggetrokken als wielersponsor juist vanwege deze voortdurende perikelen rond doping. Het blijft maar doorgaan....

Overigens is het opvallend dat een aantal van de genoemde medici, juist vanwege hun praktijkervaring, zitting hebben gekregen in de commissie die de overtredingen van het biologisch paspoort moet beoordelen (AMPU: Athlete Passport Management Unit). Het kan raar lopen. Overigens is deze unit los van de UCI opgehangen, maar wel weer gefinancierd met UCI-geld vanuit de Pro-Tour pot.

Deze website en doping

Deze website besteedt op de navolgende pagina's op verschillende manieren aandacht aan doping:

  1. Er is één pagina met een tabel, waarin opgenomen alle coureurs met een dopingverleden zoals beschikbaar in de database. Dit zijn niet alle coureurs die te maken hebben gehad met doping, maar slechts de opvallende zaken èn zaken die hebben geleid tot een officiële veroordeling.
  2. Daarnaast is er een pagina beschikbaar, waarin de dopinggegevens van een willekeurige coureur kunnen worden bekeken. Dit geeft een wat uitgebreidere versie van de beschikbare gegevens weer.
  3. Een aantal gevallen is zo speciaal, dat zij een aparte pagina verdienen. Denk hierbij aan het geval Armstrong, het geval Contador en de casus Landis.
  4. Deze database houdt (over het algemeen) geen rekening met het feit, dat de UCI in toenemende mate uitslagen schrapt van coureurs met een begane dopingzonde. De uitslagen blijven zoals ze zijn op één coureur na: Floyd Landis. Dit heeft te maken met het feit, dat zijn veroordeling snel is verlopen en feitelijk al aanstaande was toen hij tijdens de Tour werd gepakt. Daarom wordt op deze pagina bijgehouden welke uitslagen (per jaar) bij welke coureur zijn geschrapt. Voor de liefhebber.
  5. Voor de drie grote ronden wordt specifiek bijgehouden wanneer er sprake is van doping. Op de pagina's in kwestie kan worden bekeken welke coureurs dat betrof voor de Tour, de Giro en de Vuelta inclusief de details.